Vajrayana
Tantra
Tibetaans: gyü (rgyud) · Sanskriet: tantra · Engels: Tantra
Tantra is de naam voor de teksten waarin de Vajrayana-leringen zijn vastgelegd, en voor waar die teksten over gaan: de ononderbroken continuïteit van de aard van de geest. Het woord betekent "draad" of "doorlopende stroom".
Tantra is de naam voor de teksten waarin de Vajrayana-leringen zijn vastgelegd, en voor waar die teksten over gaan: de ononderbroken continuïteit van de aard van de geest. Het Sanskrietwoord betekent "draad", of de schering op een weefgetouw. De Tibetanen vertaalden het als gyü, een stroom die doorloopt. Zoals een koord door alle kralen van een mala gaat, loopt de verlichte natuur door het hele pad heen. Ze is er aan het begin, onderweg en aan het eind. De tantra's spreken daarom van drie continua: de grond, het pad en de vrucht.
Wat tantra niet is
Wie in Nederland op "tantra" zoekt, vindt vooral massages en workshops over intimiteit. Met het boeddhistische tantra heeft dat weinig te maken. Kom je in een Tibetaans centrum binnen, dan zie je mensen met een tekst voor zich en een mala in de hand. Ze zingen een gebed, reciteren een mantra of visualiseren in stilte een godheid.
Wel klopt het dat tantra niets van het leven buitensluit. Emoties als begeerte en woede zijn hier niet alleen iets om je tegen te wapenen. De tantra's leren dat de energie erin in wezen wijsheid is, en ze gebruiken die energie als materiaal. Dat werk gebeurt in meditatie, binnen een duidelijk kader en onder begeleiding van een leraar. Een vrijbrief is het niet.
Een tantrische beoefening heet een sadhana. Je laat de gewone verschijning oplossen in leegte, verschijnt zelf als de godheid, reciteert de mantra en laat alles weer oplossen. Dat is het ontwikkelingsstadium, kyerim. Daarop volgt het voltooiingsstadium, dzogrim. Dat kent verschillende methoden, maar in zijn eenvoudigste vorm is het rusten in de aard van de geest zelf.
De tantra's in de Nyingma-traditie
De Nyingma-school deelt het pad in negen voertuigen in, en de laatste zes daarvan zijn tantrisch. In de drie uiterlijke tantra's ligt de nadruk op reinheid en ritueel. De beoefenaar staat eerst tegenover de godheid als een dienaar tegenover zijn heer, en gaandeweg meer als een gelijke. In de drie innerlijke tantra's, mahayoga, anuyoga en atiyoga, valt die afstand weg. Jouw natuur en die van de godheid zijn niet twee. De belangrijkste tekst van mahayoga is de Guhyagarbha Tantra, de "geheime essentie", waar een groot deel van de Nyingma-sadhana's op teruggaat. Atiyoga kennen de meeste mensen als Dzogchen.
Een tantra werk je niet in je eentje door. Je ontvangt een inwijding, een leesoverdracht en de uitleg van een leraar die de lijnvoering zelf heeft ontvangen. Pas dan gaat de tekst echt open. Zo wordt hij al eeuwen doorgegeven, van leraar op leerling, en zo blijft de draad heel.
In september 2026 gaf Khenpo Tseten bij Rigdzin Dzogchen Ling een weekend onderricht over de Guhyagarbha Tantra. Maar voor een eerste kennismaking hoef je niet op zo'n weekend te wachten. In de Düdjom Tersar Ngöndro, die we elke zaterdag in Hoofddorp beoefenen, visualiseer je, reciteer je de mantra van Vajrasattva en sluit je af met guru yoga. Dat is tantra, op een schaal die je thuis elke dag kunt volhouden.